Bookmarks voor reglementen:


Reglementen

Algemeen
Er kan op nationaal niveau worden gevoltigeerd en op internationaal niveau. Nationaal zijn er meer wedstrijdvormen en verschillende niveaus. Internationaal bestaat alleen teamvoltigeren en solovoltigeren, beiden met een junioren-klasse (CVI*) en een seniorenklasse (CVI**).

Nationaal reglement
Nationaal wordt gevoltigeerd volgens het wedstrijdreglement van de KBRSF dat glijk gesteld werd aan dat van de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportbond (KNHS). Dit reglement is via het verenigingssecretariaat aan te vragen bij het secretariaat van de KNHS of gratis te downloaden van deze website. Het reglement is met ingang van 2007 gewijzigd. Vergeet ook niet het algemene wedstrijdreglement een keer door te nemen. Dit reglement geldt voor alle disciplines, dus ook voor voltige.

Nationaal kan er worden gevoltigeerd in de volgende wedstrijdvormen en klassen:

Teamvoltigeren in de klassen: A,B,C,D,E (vanaf 6 jaar), basis (6 t/m 12 jaar) en juniorteams (6 t/m 16 jaar)
Solovoltigeren in de klassen: A, B en C vanaf 14 jaar en juniorsolo vanaf 12 jaar

De klasse A is de hoogste klasse. De regels voor klassen A en B komen overeen met het internationale wedstrijdreglement vaement van de Federation Equestre International (FEI). In de klasse A, B, C en D voor teams wordt gevoltigeerd met teams van 6 voltigeurs. In de klasse E en basis kan zowel in een team van 4 als van 6 personen worden gevoltigeerd. 

Internationaal reglement (FEI)
Internationaal wordt gevoltigeerd volgens het wedstrijdreglement van de Federation Equestre Internationale (FEI)
Downloads:
FEI Voltige reglement, per 1 januari 2005.
Wijzigingen op het reglement, per 1 januari 2006.
Guidelines for judges, nuttige informatie over de beoordeling van plicht en kür.
Bijlage bij de Guidelines, met nog wat meer uitleg.


Tonreglement

ALLE OEFENINGEN OP DE TONWEDSTRIJD WORDEN GETURND VOLGENS HET NATIONAAL VOLTIGEREGLEMENT 2010, BEHOUDENS GEWIJZIGDE PUNTEN ZOALS HIERONDER OPGEGEVEN.

DE DEELNEMERS VAN DE TONWEDSTRIJD ZIJN VERPLICHT OM IN DEZELFDE KLASSE TE DEEL TE NEMEN ALS DE KLASSE WAARAAN ZE IN HET SEIZOEN VAN 2010 HEBBEN DEELGENOMEN, MET UITZONDERING VAN DE JUNIOREN (LEEFTIJD).

Er is een ton met pad en voltigesingle voorzien, die door alle voltigeurs gebruikt moet worden.

De groepen, solo’s en duo’s moeten werken rond een thema, dat op de voorrand op de protocol opgegeven moet worden. Kostuums en muziek zouden op elkaar moeten afgestemd zijn.

Verplichte grondoefeningen: Split, spagaat, pompen, knipmessen, handstand ( mag tegen een hand) radslag, tuimelen. Deze oefeningen moeten allemaal in vrije volgorde met muziek naar aanleiding van uw thema verwerkt worden. Bij teams tonen alle voltigeurs – ook de reserve de grondoefeningen. Het gehele beeld wordt in een cijfer beoordeeld.

   --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Promotie en degradatie

Winst- en verliespunten


Teams,Klasse    Winstpunt bij:    Verliespunt bij:
         A                     7.0                    5,999
         B                     6.0                    4,999
         C                     5.5                    3,999
         D                     5.0                    3,999
         E                     5.0                    n.v.t.
        Junioren             5.0                    n.v.t.
        Basis                 n.v.t.                 n.v.t.

Solo,Klasse    Winstpunt bij:    Verliespunt bij:
         A                     7.0                    5,999
         B                     6.5                    4,999
         C                     6.0                    n.v.t.
         Junior               n.v.t.*               n.v.t.
* Een junioren  solo mag, zodra hij/zij de leeftijd van 17 jaar heeft bereikt, of eerder vanaf 14 jaar, ervoor kiezen in de klasse A/B/C te starten. Er mag direct in de klasse B worden gestart wanneer in de juniorenklasse 4 keer een 6.0 is behaald. Er mag direct in de klasse A worden gestart, wanneer in de juniorenklasse 4 keer een 6.5 is behaald.

Promotie
Bij 4 winstpunten mag men naar de naast hogere klasse promoveren, bij 8 winstpunten moet men naar de naast hogere klasse promoveren.

Degradatie
Bij 5 verliespunten degradeert men naar de naast lagere klasse.

(bron: voltige.nl)


Deelname CVI's (versie 002 van 24 feb. '09)

Een team of solo kan inschrijven voor deelname aan CVI's indien zij in het betreffende of voorafgaande jaar aan het CVI minimaal 3 maal een eindscore (op basis van verplichte oefeningen en vrije oefeningen in galop) van 6.2 of hoger hebben behaald in België of
Nederland. De KBRSF in samenspraak met de bondscoach bepaalt of de deelnemer definitief
ingeschreven zal worden. 

Deelname internationale kampioenschappen:
Een solovoltigeur komt in aanmerking voor deelname aan het Europees- of wereldkampioenschap, indien deze voltigeur voldoet aan de FEI eis. Hij of zij wordt nominatief ingeschreven, indien hij of zij ten minste twee keer een score van 6.2 heeft behaald in de eerste ronde van een CVI (op basis van de verplichte oefeningen en vrije oefeningen) in het jaar van het kampioenschap. De KBRSF in samanspraak met de bondscoach bepaalt of de combinatie definitief ingeschreven zal worden.

Een team komt in aanmerking voor deelname aan het Europees- of wereldkampioenschap, indien het team ten minste twee keer een score van 6.2 heeft behaald in de eerste ronde van een CVI (op basis van de verplichte oefeningen en vrije oefeningen) in het jaar van het kampioenschap of het jaar ervoor. Een team wordt nominatief ingeschreven, indien het team ten minste één keer een score van 6.2 heeft behaald in de eerste ronde van een CVI (op basis van de verplichte oefeningen en vrije oefeningen) in het jaar van het kampioenschap. De kBRSF in samenspraak met de bondscoach) bepaalt of de combinatie definitief ingeschreven zal worden.

Elk jaar gaan de selectiecreteria strenger worden :

2011: 3 x 6,2 op een CVN = selectie voor CVI
2011: 2 x 6,2 op een CVI = selectie EK
2012: 3 x 6,4 op een CVN = selectie voor CVI
2012: 2 x 6,4 op een CVI = selectie EK

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Voltige oefeningen

Een voltigewedstrijd bestaat uit twee onderdelen: verplichte oefeningen en de kür. Tijdens 'de verplichte oefeningen' moeten alle voltigeurs dezelfde voorgeschreven oefeningen laten zien aan de jury om aan te tonen dat de basisvaardigheden van het voltigeren worden beheerst. De kür bestaat uit een combinatie van oefeningen naar vrije keuze van de voltigeur(s).

Verplichte oefeningen

Er zijn zeven verplichte oefeningen die iedere voltigeur in een verplichte volgorde moet uitvoeren. Dit zijn de oefeningen: opsprong, vrije zit, vlag, molen, schaar, staan en flanken.

Bij het teamvoltigeren gebeurt dit in twee zogenoemde 'blokken'. Het eerste 'blok' bevat achtereenvolgens de oefeningen: opsprong, vrije zit, vlag en molen. Dit blok wordt eerst door de eerste voltigeur uitgevoerd, daarna door de tweede enzovoort totdat alle voltigeurs dit blok hebben getoond aan de jury. Daarna start zonder onderbreking het tweede 'blok' met de achtereenvolgens de oefeningen: schaar, staan, flanken. Als alle zes voltigeurs dit tweede blok hebben laten zien, verlaat de groep de wedstrijdring: het eerste onderdeel 'verplichte oefeningen' is dan afgesloten.

De verplichte oefeningen en de volgorde daarvan is bij het solovoltigeren hetzelfde als bij het teamvoltigeren. Bij het solovoltigeren worden alle verplichte oefeningen achter elkaar getoond door de voltigeur.

Het onderdeel 'Kür'
De kür wordt naast de uitvoering ook beoordeeld op inhoud en samenstelling. De inhoud wordt reglementair bepaald door de moeilijkheidsgraad van de oefeningen. Afwisseling is het belangrijkste criterium bij de beoordeling van de samenstelling. Bijvoorbeeld afwisseling tussen statische- en dynamische oefeningen, op-en afsprongen, gebruik van ruimte, richting, hoogte, aantal voltigeurs. Het doel van de kür is een boeiend en aantrekkelijke presentatie te geven die past bij de bouw, conditie en karakter van het paard. De uitvoering van de kür telt zwaarder mee in de beoordeling dan de moeilijkheidsgraad en de samenstelling.

(bron: voltige.nl)


Paard en Longeur

In alle disciplines van de paardensport geldt dat het paard centraal staat. Ruiters worden beoordeeld op een juiste techniek, waarbij het paard zichtbaar tevreden de gevraagde opdrachten van de ruiter uitvoert.
Bij het voltigeren geeft de longeur opdrachten aan het paard en niet de voltigeur. Dit betekent, conform het algemene uitgangspunt in de paardensport, dat het paard en de longeur worden beoordeeld tijdens de beide onderdelen van een voltigewedstrijd: verplichte oefeningen en de vrije kür.

Behalve 'tevredenheid' van het paard tijdens het voltigeren beoordeelt de jury vooral de techniek. Bijvoorbeeld: een technisch goede galop, voldoende conditie en op een technisch juiste wijze aansturing van het paard door de longeur.
De combinatie paard-longeur wordt tweemaal beoordeeld: in het eerste onderdeel verplichte oefeningen en in het tweede onderdeel de vrije kür. De zo verkregen twee cijfers voor de combinatie paard en longeur hebben in de eindbeoordeling, via een verdeelsleutel, een gelijkwaardig gewicht met de gemiddelde cijfers van de getoonde voltige-oefeningen van de voltigeur(s).

(bron: voltige.nl)